Meerhout en de ouders van Door Leys (Carolus en Regina Cools) tijdens WO I
Tijdens de eerste wereldoorlog geraakt de ganse economie ontwricht. De Duitsers heffen op alles en nog wat belastingen om hun bezettingsleger te onderhouden. De fabrieken beschikken niet langer over grondstoffen, noch over een afzetmarkt.
De rantsoenering wordt geleidelijk ingevoerd voor producten zoals brood, zuivel, aardappelen en vlees. Er komt een schaarste aan voedsel en de gevolgen laten zich al snel voelen. De Duitsers leggen beslag op de totale landbouwproductie en veestapel.
De werkloosheid neemt een snelle en nooit geziene uitbreiding.
In februari 1915 breekt een tyfusepidemie uit en alsof dat niet genoeg is wordt de ganse streek ook nog getroffen door ziektes als rode koorts en kroep.
Geneeskundige diensten doen hun ronde en merken de voordeur van de woningen, waarin zich zieken bevinden, met brede verfstrepen.
Waar rode koorts heerst, krijgt de deur een X-teken in rode verf. Kroep krijgt eenzelfde teken in blauwe verf. Waar een zieke aan tyfus lijdt, wordt een X-teken in gele verf aangebracht, zolang de zieke nog in huis verblijft. Werd de zieke afgevoerd en het huis was nog niet ontsmet, werd een geel V-teken aangebracht. Deze diensten brengen ook de doden weg en ontsmetten de huizen met chloorkalk en creoline.
De Duitsers eisen steeds meer van de bevolking. Zij nemen ook de ganse steenkoolproductie in beslag. Vanaf 1916 moet het vee gemerkt worden, geteld en aangegeven. Paarden worden opgevorderd. Duiven moeten worden gedood, omdat men reisduiven had gevangen die naar Engeland vlogen, voorzien van militaire inlichtingen.
Omwille van het voedseltekort moeten zelfs honden worden geslacht!
Vanaf 1916 moet iedereen ook in het bezit zijn van een identiteitskaart met foto, een nieuwigheid in België.
Dankzij de hulp van de Commision for Relief (een Amerikaanse organisatie die fondsen werft in geallieerde en neutrale landen) kan echte hongersnood worden vermeden.
Deze liefdadigheidsinstelling voert levensmiddelen en grondstoffen in.
Volkskeukens, organisaties voor sociale hulpverlening (het Nationaal Comité voor Hulp en Voedsel) en hospitalen bieden de mensen hulp.
In Meerhout moest de bedeling van soep in juni 1917 tijdelijk worden gestopt omdat er geen ingrediënten meer voorhanden zijn om soep te bereiden!
Ook de ouders van Door, Karel en Johanna Cools, moesten, terwijl hun jongste zoon aan het front zat, beroep doen op deze noodhulp.
Burgerslachtoffers in Zittaart
In Zittaart vielen op 18 augustus 1914 twee onschuldige burgerslachtoffers.
Frans Mellebeeckx reed met de fiets op wat nu de Eindhoutsebaan is, wanneer hij plots Duitsers zag afkomen. Snel vluchtte hij de herberg van Leo Beyens binnen.
In het lokaal was ook de boogschuttersgilde gevestigd. Toen de Duitsers Frans achterna kwamen, zagen ze de bogen hangen. Dat was genoeg voor de Duitsers om Frans en Leo een verklaring te laten ondertekenen waarin zij “bekenden” dat zij van plan waren om met vergiftigde pijlen op hen te schieten.
Na het ondertekenen van de valse verklaring werden ze gefusilleerd. De lichamen lieten ze buiten liggen.